In deze oefening gebruiken we de adem als ingang naar het lichaam. De adem helpt om uit het denken te zakken en contact te maken met wat er in het moment aanwezig is.
Door met aandacht te ademen ontstaat er meer bewustzijn op plekken die spanning vasthouden, minder voelbaar zijn of juist om aandacht vragen. In plaats van iets te veranderen of op te lossen, oefenen we om aanwezig te blijven bij wat we waarnemen.
Deze oefening sluit aan bij de eerste drie lagen van begeleiderschap:
- Wat neem ik waar?
- Wat ervaart de vrouw?
- Wat ontstaat er wanneer we blijven?
De adem vormt hierbij het anker dat ons helpt om aanwezig te blijven in het lichaam.
[presto_player id=”5532″]