De kwaliteit van je aanraking wordt niet bepaald door wat je doet, maar door hoe je aanwezig bent in jezelf terwijl je aanraakt. concreet betekent dit het volgende:
- Je werkt vanuit een gegrond lichaam, met een rustige adem en een aandacht die niet versnipperd is, maar aanwezig blijft in je bekken en in het contact met de ander (80% bij jezelf en 20% bij de ander)
- Je houding is stabiel en ontspannen tegelijkertijd, waardoor je niet hoeft te corrigeren of te compenseren tijdens het werken.
- Je handen zijn geen instrumenten die iets uitvoeren, maar een verlengde van jouw aanwezigheid, en juist daarin ligt de diepte van dit werk.
Wanneer jij aanwezig bent in je eigen lichaam, nodig je het lichaam van de ander uit om hetzelfde te doen. Zorg dus altijd voor een goed grondig en verticale uitlijning van jezelf voordat je gaat werken met de ander.
In de vorige module heb je kunnen lezen dat je met lichaamswerk altijd altijd met twee zenuwstelsels werkt. Wanneer jij aanwezig bent in je lichaam en je adem rustig blijft, zie je dat het lichaam van de ander dit kan volgen.
Wanneer er spanning of haast in jou ontstaat, vertaalt zich dat vrijwel direct in het weefsel onder je handen. Hoe dieper jij in jezelf aanwezig bent, hoe meer het zenuwstelsel van de ander kan landen en het signaal toe kan laten dat het veilig is.,
Dit vraagt dat je jezelf blijft meenemen in het proces, als onderdeel van de afstemming.