Wanneer oude patronen zichtbaar worden in het veld tussen practitioner en cliënt
Binnen diep lichaamswerk ontstaat er vaak een sterke vorm van verbinding tussen practitioner en cliënt, omdat aanraking, regulatie, presence en embodiment lagen openen waarin oude ervaringen rondom veiligheid, aandacht, hechting, ontvangen, gezien worden en verbinding voelbaar kunnen worden.
Juist in een veld waarin een vrouw zich voor het eerst werkelijk ontspannen, gedragen of emotioneel veilig voelt, kunnen diepere relationele patronen zichtbaar worden die lange tijd opgeslagen lagen in het zenuwstelsel en het lichaam.
Sommige vrouwen kunnen daardoor een sterke behoefte ontwikkelen aan de aanwezigheid, aandacht of bevestiging van de practitioner. Dit kan zich bijvoorbeeld uiten in:
– veel contact zoeken tussen sessies door
– moeite ervaren met afronden
– voortdurend bevestiging verlangen
– de practitioner idealiseren
– uitspraken doen als: “Jij begrijpt mij als enige echt”
– zichzelf voortdurend vergelijken met de practitioner
– moeite ervaren rondom betaling of uitwisseling
– of het gevoel ontwikkelen dat de practitioner hen iets “verschuldigd” is
Onder deze dynamieken ligt vaak een diep verlangen naar bedding, veiligheid, gezien worden of onvoorwaardelijke aanwezigheid.
Het zenuwstelsel probeert als het ware vast te houden aan de plek waar ontspanning, opening of verbinding ervaren wordt.
Andere vrouwen kunnen juist afstandelijk worden, weerstand ervaren of zich plotseling terugtrekken zodra er meer zachtheid, intimiteit of kwetsbaarheid voelbaar wordt.
Ook dit vormt vaak een beschermingsmechanisme van het zenuwstelsel.
Deze dynamieken geven vaak veel informatie over hoe iemand zich relationeel heeft leren organiseren rondom veiligheid, verbinding, ontvangen en bescherming.
Juist daarom vormt relationeel bewustzijn een belangrijk onderdeel van professioneel begeleiderschap binnen Wombodiment.
Reflectievraag
Welk type cliënten trek jij vooral aan en wat vertelt dit jou over jezelf?
De moederwond en verlangen naar bedding
Binnen vrouwelijk werk worden regelmatig lagen zichtbaar die verbonden zijn met de moederwond. Bijvoorbeeld:
– het verlangen om volledig gedragen te worden
– gezien willen worden zonder voorwaarden
– moeite hebben met begrenzing
– hunkeren naar voortdurende beschikbaarheid
– of het gevoel ontwikkelen dat liefde, aandacht of zorg vanzelfsprekend beschikbaar zou moeten blijven
Wanneer een practitioner veel zachtheid, regulatie en veiligheid belichaamt, kan het zenuwstelsel deze bedding onbewust gaan ervaren als iets wat vastgehouden moet worden.
Juist daarom is het belangrijk dat je jezelf als practitioner verdiept in thema’s zoals:
– hechting
– relationele dynamieken
– de moederwond
– projectie
– overdracht
– zenuwstelselregulatie
– en afhankelijkheidsdynamieken
Hoe beter jij deze bewegingen leert herkennen, hoe veiliger en helderder je het veld kunt blijven dragen. Een bedding waarin alles onbegrenst beschikbaar wordt, voelt voor het zenuwstelsel uiteindelijk vaak onveilig en verwarrend. Binnen Wombodiment leer je daarom aanwezig blijven in warmte én helderheid tegelijk. Onthoud dat dit een reis is die je aflegt en niet een vaardigheid die je in één keer moet beheersen.
Dynamieken die zichtbaar kunnen worden binnen practitioner-schap
Wanneer je werkelijk jouw plek inneemt als practitioner, kunnen er ook in jezelf oude patronen, beschermingsmechanismen of relationele dynamieken zichtbaar worden.
Bijvoorbeeld:
– de redder: de neiging om veel te dragen, oplossen of over te nemen voor cliënten
– de healer-identiteit: jouw eigenwaarde sterk verbinden aan hoeveel je voor anderen betekent
– de goeroedynamiek: jezelf onbewust groter, wijzer of belangrijker gaan maken binnen het veld
– perfectionisme: voortdurend bezig zijn om het “goed” te doen vanuit spanning of controle
– people pleasing: grenzen verzachten uit angst om iemand teleur te stellen
– over-verantwoordelijkheid: het gevoel ontwikkelen dat jij verantwoordelijk bent voor de transformatie van de cliënt
– versmelting: moeite ervaren om onderscheid te blijven voelen tussen jouw proces en dat van de ander
– bewijsdrang: jezelf voortdurend willen bewijzen via kennis, aanwezigheid of resultaten
– bevestiging zoeken: veiligheid of eigenwaarde zoeken via waardering van cliënten
– hard werken vanuit spanning: blijven geven, dragen of doorgaan terwijl jouw eigen lichaam rust vraagt
Deze bewegingen laten vaak zien welke patronen ook in jouw eigen zenuwstelsel, geschiedenis of relationele dynamieken aanwezig zijn. Juist daarom vraagt embodiment leadership voortdurende zelfreflectie, regulatie en een eerlijk contact met jezelf.
We begeleiden binnen Wombodiment® vanuit gelijkwaardigheid. De practitioner vormt geen redder, goeroe of antwoord op het leven van de ander. De bedding ondersteunt de cliënt juist in het steeds verder ontwikkelen van haar eigen lichaamsbewustzijn, innerlijke draagkracht en verbinding met zichzelf.
Dat vraagt dat je als practitioner:
– aanwezig blijft in jouw eigen lichaam
– jouw eigen behoeften blijft herkennen
– verantwoordelijkheid op de juiste plek laat
– en ruimte bewaakt tussen ondersteunen en overnemen
Hoe meer jij jezelf blijft bewonen zonder jezelf groter, belangrijker of onmisbaar te maken, hoe veiliger en gelijkwaardiger het veld blijft waarin echte embodiment kan ontstaan.
Het omgaan met projectie en overdracht vraagt:
– aanwezigheid
– zelfreflectie
– regulatie
– begrenzing
– en een stevig contact met jouw eigen lichaam
Intervisie en reflectie kunnen hierin enorm ondersteunend zijn en dragen bij aan jouw groei als practitioner én als mens.
In de praktijk
Een cliënt kan bijvoorbeeld veel berichten gaan sturen tussen sessies door, moeite krijgen met de uitwisseling rondom betaling of uitspraken doen als: “Ik heb jou echt nodig.” of “Niemand begrijpt mij zoals jij.”
Ook kan een cliënt sterk gaan leunen op jouw aanwezigheid zodra er meer ontspanning, regulatie of zachtheid ontstaat in haar lichaam.
Binnen Wombodiment® leer je deze dynamieken herkennen zonder de verbinding af te sluiten of jezelf volledig beschikbaar te maken.
Je blijft warm, afgestemd en aanwezig, terwijl je tegelijkertijd de bedding bewaakt door verantwoordelijkheid steeds terug te brengen naar de cliënt zelf.
Bijvoorbeeld door samen te onderzoeken:
– wat er precies voelbaar wordt wanneer het contact stopt
– wat het lichaam probeert vast te houden
– waar het verlangen naar voortdurende nabijheid vandaan komt
– en hoe veiligheid steeds meer in het eigen lichaam opgebouwd kan worden
Tegelijkertijd blijf je ook als practitioner bewust voelen:
– waar jij de neiging krijgt om te veel te dragen
– waar je nodig wilt zijn
– of waar je onbewust geniet van de afhankelijkheid of bewondering van de ander
Juist deze bewustwording ondersteunt professioneel, integer en gelijkwaardig begeleiderschap.
Reflectie
- Welke relationele dynamieken herken ik bij mezelf wanneer iemand veel bevestiging, aandacht of bedding van mij verlangt?
- Waar ligt voor mij de balans tussen warmte, aanwezigheid en heldere begrenzing?
- Wat helpt mij om steeds opnieuw terug te keren naar gelijkwaardigheid, embodiment en een helder gedragen veld?