Het lichaam als intelligent systeem

Het lichaam reageert voortdurend op wat het ervaart. Elke prikkel, elke vorm van contact en elke ervaring wordt door het zenuwstelsel beoordeeld op veiligheid.

Wanneer het lichaam veiligheid ervaart, ontstaat er ruimte voor ontspanning, adem en beweging.
Wanneer het lichaam spanning ervaart, organiseert het zich op een manier die bescherming biedt.

In het bekken kan dit zich uiten in een adem die hoog blijft, een onderbuik die weinig beweegt, een middenrif wat vastzit, spanning in de bekkenbodem of moeite om werkelijk te voelen en te zakken in het lichaam. Deze reacties zijn geen blokkades die opgelost moeten worden. Al deze reacties zijn informatie over hoe het met het lijf en systeem gaat. Ze zijn een vorm van intelligentie. Het lichaam doet precies wat nodig is om zichzelf te dragen.


Veiligheid en ruimte

Wat zich vastzet in het lichaam is nooit willekeurig. Het is een reactie op wat het lichaam heeft ervaren en nog niet volledig heeft kunnen verwerken. Het zijn bevroren of niet afgemaakte bewegingen.

Wanneer het lichaam zich opnieuw veilig voelt, kan er ruimte ontstaan. Ruimte om die ervaring alsnog de vrijheid te geven zich te uiten. Die ruimte laat zich zien in verzachting, in beweging en soms in ontlading, zoals een zucht, een trilling of een emotie die voelbaar wordt.

Belangrijk: deze beweging kan niet worden afgedwongen. Niet door je kant maar zeker ook niet door jou als lichaamswerker. Ze ontstaat alleen wanneer het lichaam ervaart dat het veilig is om te ontspannen.


Het venster van veiligheid

Het lichaam beweegt binnen een venster van wat het kan dragen. Wanneer de intensiteit te groot wordt, reageert het systeem met activatie of terugtrekking. Dit kan zichtbaar worden als:

  • verstarring in het lichaam
  • een hoge of oppervlakkige ademhaling
  • onrust of spanning
  • afvlakking of afwezigheid
  • moeite met voelen of contact maken

Dit zijn signalen van het lichaam dat het zijn grens bereikt.


Werken met twee zenuwstelsels

Wanneer je met iemand werkt, werk je altijd met twee zenuwstelsels. Dat van de ander en dat van jou. Deze systemen stemmen zich voortdurend op elkaar af, vaak zonder woorden. Het lichaam reageert niet alleen op wat je doet, maar vooral op hoe je aanwezig bent.

Wanneer jij gegrond bent, je adem rustig is en je werkelijk aanwezig bent in je lichaam, kan de ander daarin mee bewegen. Wanneer er spanning of haast in jou aanwezig is, wordt dat net zo goed gevoeld. Dit is de reden waarom ik altijd benadruk zorg ervoor dat je voor een sessie jezelf grond en verticaal uitlijnd. Dat je stevig in je eigen bekken aanwezig bent zodat jij 80% bij jezelf kunt blijven en 20% bij de ander.


De essentie van begeleiden

Dit vraagt een andere manier van kijken naar begeleiden. Je werkt niet om iets te bereiken of te veranderen. Je werkt vanuit aanwezigheid, waarbij je het lichaam benadert als een systeem dat zichzelf kan reguleren wanneer de omstandigheden juist zijn.

Je staat naast de ander, niet erboven.
Je volgt, in plaats van te sturen.
En je vertrouwt op wat het lichaam laat zien, zonder dat je daar een uitkomst aan hoeft te verbinden.


Reflectie

Waar in mijn lichaam herken ik spanning of bescherming?

Hoe reageer ik wanneer iets niet direct verandert of opent?

Wat gebeurt er in mij wanneer ik niets probeer te sturen?

Hoe voelt het om werkelijk naast de ander te staan?