Jouw lichaam, aanwezigheid en energie vormen de bedding waarin het doek kan werken. Voordat je bewegingen of technieken inzet, zak eerst in jezelf. Vanuit het aanwezig zijn in jezelf ben je aanwezig bij de ander.
Zelfgronding: thuiskomen in je eigen lichaam
- Voeten stevig op de grond, knieën zacht gebogen.
- Adem diep vanuit je buik en bekken, laat je adem de beweging dragen.
- Let op spanning in je schouders, rug of armen; dit kan onbedoeld overgaan naar de cliënt.
Afstemming op de cliënt
- Observeer ademhaling, spierspanning, microbewegingen en oogcontact.
- Stem het tempo, de kracht en het ritme van het doek af op haar lichaam.
- Wees alert op subtiele signalen van spanning of bevriezing.
Door jouw gecentreerde aanwezigheid ontstaat een veilig veld. De klant kan zakken, haar lijf voelen en overgave ervaren. Het doek kan doen waar het voor bedoeld is: dragen, ondersteunen en helen.
Wil je hier meer over weten? In module 7 komt dit uitgebreid aan de orde.