De ruimte waarin je werkt is méér dan een kamer met vier muren. Het is een levend veld dat jouw werk draagt, voedt en bekrachtigt. Alles wat aanwezig is, licht, geur, temperatuur, geluid, materialen, spreekt tot het lichaam van je cliënt, vaak op een subtiele en onbewuste manier.
Wanneer je een ruimte zorgvuldig voorbereidt, geef je het lichaam van de cliënt direct een signaal: “Je mag landen. Je bent hier veilig.”
Stel je voor: een zachte warme ruimte waarin het doek al uitnodigend klaarligt. Misschien een kaars, een geur van natuur of een lichte klank die de ruimte opent. De temperatuur afgestemd op zachtheid, zodat er geen kou door het lichaam trekt. Je creëert een bedding waarin het lichaam zich vanzelf ontspant en dus makkelijker in d overgave kan.
Ook jouw eigen aanwezigheid is onderdeel van die bedding. De manier waarop jij de ruimte betreedt, hoe je beweegt, hoe je ademt, het wordt allemaal gelezen door het zenuwstelsel van de cliënt. Zorg dus dat jij al vóórdat je cliënt binnenkomt bent geland. Adem, zak in je bekken en voel de grond onder je voeten. De ruimte ís jouw verlengde.
Een veilige ruimte is niet statisch, maar levend. Het vraagt van jou als begeleider om voortdurend af te stemmen: is er iets te veel? Te weinig? Hoe kan de ruimte nog meer bedding bieden? Dit voortdurende luisteren maakt dat de klant dieper kan zakken. Zorg ervoor dat jij je prettig voelt in de ruimte, dit werkt door op je klant.