Wees alert op mogelijk trauma
Voor veel vrouwen voelt werken met het rebozodoek als thuiskomen: het biedt een reset van het hele systeem en opent via het lichaam toegang tot diepe ontspanning, overgave en heling. Toch werkt het niet altijd op dezelfde manier. Juist omdat het doek zo diep inwerkt, kan het bij cliënten met een trauma-achtergrond soms onveilig aanvoelen. Denk bijvoorbeeld aan vrouwen die:
- Dissociëren
- Moeite hebben om contact te maken met hun lichaam
- Veel grensoverschrijding hebben meegemaakt
- Seksueel misbruik of systemische onveiligheid hebben ervaren
Voor hen kan een omsluiting, zoals bij het bekken, spanning oproepen. Het gevoel van ‘niet weg kunnen’, ‘vastzitten’ of verlies van controle kan oude herinneringen activeren, zelfs zonder woorden. Dit is vaak niet zichtbaar van buitenaf: een cliënt kan sociaal wenselijk ‘ja’ zeggen, terwijl ze innerlijk bevriest en er later last van krijgt.
Jouw rol als lichaamswerker
Het is jouw taak om deze signalen te herkennen en er zorgvuldig op te reageren. Let op tekenen van bevriezing (freeze-respons): het lichaam bevriest wanneer het voelt dat vluchten of vechten niet mogelijk is. Een cliënt in freeze lijkt misschien ontspannen, maar in werkelijkheid is er acuut paniek en vaak dissociatie. Wat kun je waarnemen
- oppervlakkige ademhaling (hoog in de borst)
- glazige, afwezige of grote ogen
- verliest van contact met het lichaam (dit merk je zelf vaak ook in het contact)
- de client voelt ‘vreemd’ of ‘afwezig’ (vaak neem je waar dat iemand ‘eruit vliegt’)
Wanneer je deze signalen opmerkt, pauzeer dan onmiddellijk. Het is geen fout van jou; het is het lichaam dat aangeeft dat het te veel, te snel of te intens is. Als je zelf stevig in je lijf zit, kun je subtiele aanwijzingen van ‘weggaan’ bij de cliënt waarnemen en hier adequaat op reageren.
Herstellen van contact:
- Vertel wat je doet en stop de beweging.
- Maak zacht oogcontact en nodig de cliënt uit om je aan te kijken (naar het hier en nu halen)
- Spreek de naam rustig uit en benoem eventuele aanrakingen voordat je ze doet.
- Nodig haar uit iets fysieks te voelen, zoals haar voeten op de grond, haar rug tegen de mat of jouw hand op haar voet.
- Bied keuzes: wil je pauzeren of doorgaan in je eigen tempo? Begeleid stap voor stap, voelend en benoemend.*
- Bevestig veiligheid en regie: “Jij bent veilig, jij bepaalt.”
*Let op bij keuzemomenten:
Normaal zijn keuzemomenten belangrijk om regie en veiligheid te waarborgen. Bij een cliënt die duidelijk in freeze zit of sterk gedissocieerd is, kan een keuze aanbieden echter overweldigend zijn. In dat geval is het veiliger om rustig te leiden vanuit je eigen aanwezigheid en eventueel zachte aanrakingen, waarbij je lichaam en adem het ritme bepalen. Benoem wel wat je doet, zodat de cliënt zich nog steeds gezien en gehoord voelt, maar laat haar niet expliciet kiezen totdat ze weer voldoende contact voelt.
Trauma vraagt vertraging, afstemming en keuzevrijheid
Heling bij trauma zit niet in het uitvoeren van een techniek, maar in hoe je werkt. Werk altijd vanuit uitnodiging, nooit vanuit overname. Vraag regelmatig:
- “Wat neem je waar?”
- “Wat voel je nu?”
Blijf bij fysieke sensaties, een beklemmend gevoel op de borst, spanning in de knie, een tinteling, in plaats van bij emoties of herinneringen.
Ga pas verder als er veiligheid en toestemming voelbaar zijn. Geef wanneer dit passend keuzemomenten, wees alert op non-verbale signalen en vertrouw op het tempo van het lichaam. Dit vraagt van jou een fijne afstemming op het lijf en de subtiele signalen die het afgeeft.